“Ibn al-Qayyim stelt dat de beloning voor recitatie van de Koran de overledenen bereikt net zoals vasten of de bedevaart. De profeet – vrede zij met hem – werd niet expliciet gevraagd over het reciteren van de Koran, maar wel expliciet over het geven van aalmoezen, het vasten en de bedevaart. Hierbij heeft hij – vrede zij met hem – de andere aanbiddingen niet verboden verklaart om te doen. Het geven van aalmoezen is een financiële zaak; het vasten is een lichamelijke zaak; en de bedevaart is een combinatie van beiden. Hierdoor vallen alle andere aanbiddingen automatisch ook onder de zaken die de doden kunnen bereiken. Als iemand stelt dat dit niet bekend was onder de vrome voorgangers, dan spreekt hij volgens Ibn al-Qayyim zonder kennis, omdat iemand nooit kan weten wat de intentie van iemand was, omdat de intentie niet hardop wordt uitgesproken in zulke zaken. Daarnaast was deze zaak wijdverspreid geraakt zonder dat de geleerden zich hiertegen uitspraken.”
Lees het artikel hier:
