Vrijheid van meningsuiting en spotprenten

De afgelopen tijd is er veel gezegd in het kader van vrijheid van meningsuiting. Na de brute moord op een Franse leraar, naar aanleiding van het (willen) tonen van spotprenten, is er veel commotie gekomen omtrent deze kwestie. Aan de ene kant zie je moslims die de daad fel afkeuren, maar tegelijkertijd zich wel enorm gekwetst voelen door dergelijke spotprenten (die later op nationale schaal tentoon zijn gesteld in Frankrijk). Aan de andere kant zien we een groot deel van Nederland die deze verontwaardiging misplaatst vind. Geen goede timing, vinden ze want er is zojuist een leraar vermoord hierom! “Als je nu gaat pleiten voor een verbod op het beledigen van de Profeet, geef je de radicalen hun zin” zo luidt de redenering van deze groep. De vraag is; is dit wel zo? Praten wij niet langs elkaar heen in dit debat? En wordt men niet door de emotie meegesleept?

“De discussie gaat niet om vrijheid van meningsuiting, maar om het feit dat iemand is onthoofd!” zo luidt het betoog van menig politicus in de confrontatie die ze allen aangaan met de heer Azarkan, die het opnam voor de moslims die de petitie hebben getekend. Wat eigenlijk zeer frappant is, aangezien dat nou juist NIET het punt is wat ter discussie staat. Moslims hebben namelijk van begin af aan ondubbelzinnig de daad afgekeurd, zoals al bij eerdere voorvallen is gedaan. Daar is dan ook geen discussie over nodig. Dat had niet mogen gebeuren. Waar echter wél discussie over is, is de vrijheid van meningsuiting en in het specifiek omtrent de spotprenten aan het adres van de islam en moslims.

Veel Nederlandse burgers, inclusief het gros van politici, vinden dat spotten met andermans geloof (lees: het beledigen van een groep in hun geloof) moet kunnen, en dat wanneer dit zou worden verboden, dit een inperking zou zijn van hun vrijheid die hen zo lief is. Aan de andere kant hebben we een zeer grote groep moslims, van minimaal 120.000 man en vrouw (die de petitie hebben getekend voor het verbod op belediging van de Profeet (vrede zij met hem), opgezet door Imam Ismail Abou Soumayyah), die hier fel tegen zijn en pleiten voor een verbod op de belediging van de Profeet (vrede zij met hem). Dit is de discussie die er is en die gevoerd moet worden. De focus wordt steeds verschoven naar de moord die daarop volgde, wat vanuit een emotioneel perspectief zeer begrijpelijk is natuurlijk, maar uiteindelijk moeten we terugkeren naar de feiten.

In wat voor samenleving willen we leven? In één waarin de vrijheid van meningsuiting wordt misbruikt om onfatsoenlijk en ronduit onbeschoft en respectloos met elkaar om te gaan? Omdat ik de moeders van alle kamerleden mág uitschelden, mág bespotten en mág beledigen, moet ik het dan maar doen en als ik terug gefloten word daarop, dat ik dan ga zeuren om de vrijheid die mij is ontnomen? Wat ongelofelijk kinderachtig. Het doet mij spontaan denken aan de pesterijen op de basisschool. Wat gaan we onze kinderen leren in de komende generaties? Dat het pesten van je klasgenootje behoort tot je grondrecht? Of dat het bespotten van andermans dierbaren of ‘heilige huisjes’ behoort tot de “grootste democratische goeden”?! Nee dankjewel, als je het mij vraagt.

Een laatste trend die ook te zien is, die vooral meer vanuit juridisch perspectief van belang is, is dat het beledigen van de Profeet (vrede zij met hem) wordt bestempeld als de belediging van slechts één persoon; namelijk de Profeet (vrede zij met hem). Het beledigen van een persoon is geen groepsbelediging, wat wel strafbaar is, dus is het beledigen van de Profeet wettelijk toegestaan, aldus de juridische onderbouwing. Dit is, als we dieper graven in achterliggende doeleinden, feitelijk natuurlijk nonsens. De Profeet (vrede zij met hem) is namelijk al meer dan 14 eeuwen geleden overleden. Het beledigen van hem als persoon is dan zeker ook niet de bedoeling. Wat wél de bedoeling is, is om degenen te beledigen die hem volgen en in hem geloven als religieus leider. Met andere woorden; de moslims zijn het bedoelde doelwit van deze bespottingen, wat dus eigenlijk neerkomt op groepsbelediging. Daarom zien we ook dat meerdere experts aan hebben gegeven dat de voorgedragen petitie theoretisch gezien niet eens nodig was geweest omdat de huidige wetten in het wetboek al voldoende richtlijnen hebben waarop gebaseerd het beledigen van de Profeet (vrede zij met hem) strafbaar is, zoals Elsa van de Loo, advocate en Nida- kandidate, aan tafel bij Jinek aangaf. Moslims worden de mond gesnoerd in verschillende praatprogramma’s over dit onderwerp en de onuitgesproken boodschap is; “Houd je mond! Jij als moslim mag je mening hierover niet geven! Dit is niet het juiste moment en wíj bepalen wanneer iets gepast is, iets goed getimed is, of iets wel of niet valt onder vrijheid van meningsuiting, en niet jij; de moslim die na 4 generaties nog steeds moet integreren…”

Moslims moeten blijven praten en blijven strijden met de legitieme en geboden middelen binnen de Nederlandse Rechtsstaat. Moslims moeten zich net zo Nederlands voelen als ieder ander en moeten realiseren dat zij net zoveel recht hebben op een stem en een mening en rechten, als ieder ander in de maatschappij. Hoewel we dit natuurlijk allemaal wel weten, lijkt het er soms wel op dat wij, zowel moslim als niet-moslim, dit onbewust vergeten…

– Tarek Khater

Image

Plaats een reactie